Broeden en opfok



Wij nemen met onze dieren deel aan de tentoonstellingen zowel nationaal als internationaal, deze vinden vrijwel altijd in het winterseizoen plaats. Wij proberen altijd zo vroeg mogelijk te beginnen met het broeden en het koppelen van de fokparen. Omdat veel oude productierassen met hier en daar een uitzondering niet of nauwelijks zelf broeden. Wij broeden de eieren uit met broedmachines. Hier voor gebruiken wij motorbroeders en uitkomstmachines.



De kuikens worden in kunstmoeders gehuisvest. Omdat er ook enkele rassen zijn die wel van huis uit goed broeden , laten wij deze dieren ook een aantal eieren zelf uitbroeden. Zo hebben wij een goede controle over het natuurlijk broedgedrag. Dit wil zeggen, dat wij op deze manier goed in de gaten kunnen houden, of we niet zelf per ongeluk het broedgedrag wegfokken met behulp van onze broedmachines.
Ook proberen wij de vlees- en leg eigenschappen die bij een bepaald ras horen te behouden.
Om alle gegevens omtrent het fokken goed op te slaan, maken wij gebruik van een fokprogramma op de computer. De opfok van de pasgeboren kuikens, gebeurt met behulp van kunstmoeders. Dit is een ruimte waarin de temperatuur door middel van een warmtebron, perfect naar wens afgesteld kan worden. De kuikens lopen op een fijn soort rooster waardoor ze de eerste twee weken, niet met hun eigen uitwerpselen in aanraking komen.
Vooral wanneer er wat grotere hoeveelheid dieren gehuisvest moet worden, is dit een ideaal systeem. Pas wanneer de dieren een week of vier oud zijn, worden de kuikens op fijn strooisel gezet, met daarboven een warmtebron. Tegen de tijd dat de dieren halfwas zijn, is het al ruimschoots voorjaar. Dan kunnen de dieren naar buiten toe, waar ze voorspoedig op het gras opgroeien.